Wat betekent het om als architect niet alleen te ontwerpen, maar ook te ontwikkelen en te bouwen? En welke invloed heeft dat op de locaties die het gezicht van de stad bepalen? Daarover gaat interviewer Pieter van der Straaten in gesprek met Nanne de Ru, architect, ontwikkelaar en bouwer, tijdens het 38e Stadscafé van RAP.
Het is weer een gezellige drukke avond in het Leidse Midi PLNT, met een ruimte vol stadsontwikkelaars, architecten en nieuwsgierige Leidenaren. “Wij komen bijna altijd naar de avonden van RAP, zo blijven we op de hoogte van wat er in onze eigen leefomgeving gebeurt”, vertelt een echtpaar dat in de binnenstad woont. Vanavond zijn ze extra benieuwd, want het gaat ook over LEAD, het imposante bouwproject van De Ru in Leiden. “We hebben de discussies over de hoge toren in de stad gevolgd en willen graag horen hoe hij daarmee is omgegaan.”
Fatsoenlijk leren tekenen
Maar eerst terug naar het begin: Herveld, een klein boerendorp in de Betuwe. Daar wist De Ru als jongetje al dat hij architect wilde worden. “Onze boerderij werd regelmatig verbouwd door een architect, met bouwtekeningen waar ik uren naar kon kijken. Hij zei: ‘Als jij ook architect wilt worden, ga dan vooral de HTS doen, want daar leer je fatsoenlijk tekenen.’” Dat deed hij, en daarna volgde het prestigieuze Berlage Instituut, waar hij overigens later zelf directeur werd. Na twee jaar te hebben gewerkt voor Rem Koolhaas, startte hij in 2005 zijn eigen architectenbureau: Powerhouse Company. Zijn doorbraak kwam met het ontwerpen van een moderne transparante, Y-vormige villa voor zijn vader in de bossen bij Ede, in niets te vergelijken met de knusse boerderij van vroeger.
Indrukwekkende projecten
De kredietcrisis was een wake-up call voor de Ru. “Architecten hadden het zwaar in die tijd. Ik realiseerde me dat goed opdrachtgeverschap en het economisch denken minstens zo belangrijk zijn voor het realiseren van mooie gebouwen als het ontwerpen zelf. Want hoe belangrijk ontwerpkwaliteit ook is, inzicht in de economische principes achter projectontwikkeling is mede bepalend voor de vraag of een ontwerp daadwerkelijk gerealiseerd kan worden.” De Ru vindt het dan ook zonde dat er in de architectenopleiding weinig aandacht is voor de economische kant van het vak.
Uiteindelijk leidde dit in 2015 tot de oprichting van zijn eigen ontwikkelbedrijf RED Company. Sindsdien is de lijst met projecten indrukwekkend gegroeid. Zo ligt in de Rotterdamse Rijnhaven zijn Floating Office, het eerste drijvende kantoorgebouw van Nederland, gebouwd van hout op een betonnen drijflichaam. In Eindhoven zette hij een woontoren op De Bunker, het brutalistische studentencentrum van Huig Maaskant. En aan het Rotterdamse Hofplein werkt hij momenteel aan RISE, met een woontoren van maar liefst 286 meter.
“Hoe voelt het om voor de komende honderd jaar het aanzien van een stad mede te bepalen?”, vraagt Van der Straaten aan de Ru. “Iedereen die Rotterdam binnenrijdt, ziet die gave skyline. Torens hebben iets nastrevenswaardigs en mensen willen erin wonen, zo blijkt ook uit bewonerstevredenheidsonderzoek. Maar ze moeten ook op straatniveau iets toevoegen, met een aantrekkelijke plint met bijvoorbeeld een huismeester, een huisartsenpost en een café.”
Unieke combinatie: Architect, ontwikkelaar én bouwer
Dat hij behalve architect en ontwikkelaar nu ook bouwer is geworden, vindt De Ru vooral praktisch. Bij het Floating Office wist hij vooraf dat uitbesteden aan aannemers zou leiden tot excuses en uitloop. “Daarom deed ik het werk allemaal liever zelf. Het project was binnen de planning en het budget klaar.”
LEAD: hoogbouw in Leiden
Die aanpak neemt hij nu mee naar Leiden. LEAD gaat bestaan uit drie grote, maar verfijnde woontorens van 115, 85 en 65 meter aan de Willem de Zwijgerlaan, met een nieuw openbaar stadspark erbij. “Leiden zit vol, en daarom moeten we volume creëren met hoge torens en in totaal bijna 600 woningen.” Niet iedereen is daar blij mee. Sommige bewoners vinden de torens te hoog en zijn bang dat de woningen vooral mensen van buiten de stad aantrekken. De Ru loopt daar niet voor weg. “Ik neem verantwoordelijkheid voor wat ik bouw en ga graag in gesprek met de mensen die weerstand voelen. Maar Leiden moet verdichten, en dan ontkom je niet aan hoogbouw. Uiteraard past de bouw in een breder plan en zorg ik voor fijne verblijfsplekken, een mooi park en een plint waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.”
Minder klagen en aan de slag!
Ook in de zaal hebben mensen vragen aan de Ru. Wat doet bijvoorbeeld de kritiek op zijn vele ‘petten’ met hem? “Daar heb ik niet zoveel mee. Ik realiseer projecten waar ik trots op ben. En ja, er zijn bouwbedrijven die het niet leuk vinden dat ik de bouw in eigen hand neem, maar kijk eens naar hoe de verbouwing van het Binnenhof uit de hand loopt. Ik zorg dat ik binnen mijn budgetten en planning blijf.” Zou hij met de kennis van nu iets anders hebben gedaan? “Eigenlijk niet, want wat ik niet goed vond gaan, ben ik gewoon zelf gaan doen.”
Heeft hij tot slot nog een boodschap aan jonge architecten? “Kijk commerciëler, werk hard, klaag minder en ga eens wat doen!”, zegt hij met een knipoog.
