Welke rol speelt architectuur in het stadsbeeld van de toekomst? En wat betekent het om te ontwerpen op een plek die mede het gezicht van de stad bepaalt? Die vragen stonden centraal tijdens Stadscafé #37 van RAP in het Leidse PLNT.
Architecten Stijn de Jongh (Studio Nine Dots) en Arie van der Neut (A-W-R) gingen in gesprek over hun ontwerpen voor de Lakenpoort en de Maretoren aan de Schipholweg: twee projecten op een plek waar verblijven lange tijd niet vanzelfsprekend was, maar die de komende jaren wel mede het gezicht van Leiden bepaalt.
Wederom trok Stadscafé een gemêleerd publiek van onder andere stedebouwkundigen, architecten en geïnteresseerde Leidenaren. “Rondom de Schipholweg is veel leegstand. Het is goed dat hier, dicht bij de stad, nieuwe woonruimte komt. Dat is hard nodig!”, aldus een bezoeker.
Van kantoren naar levendige buurt
Stedebouwkundige Martin Verwoest opende Stadscafé met een inleiding (Stadscafe #37 Gezichtsbepalers) over hoe de Schipholweg sinds de jaren tachtig een ‘kale laan met middelmatige kantoren’, is. Nu ligt de opgave op tafel om dit gebied meer te transformeren tot een levendig stadsdeel met ruimte voor wonen, werken en ontmoeten. “Gezien de huidige geluidsdruk en fijnstofuitstoot van spoor en autoverkeer op de omgeving, kan je zeggen dat het een poging is te komen tot hemels leven onder helse condities,” besluit Verwoest.
Twee architecten voor een complexe opgave
Die complexe opgave krijgt nu vorm in twee projecten aan weerszijden van de Schipholweg. Architect Stijn de Jongh van Studio Nine Dots werkt aan de Lakenpoort. Arie van der Neut van A-W-R is in samenwerking met INBO verantwoordelijk voor de Maretoren. De twee architecten kennen elkaar goed: Van der Neut was eerder medeoprichter van Studio Nine Dots. Aan weerszijden van de Schipholweg ontmoeten ze elkaar nu opnieuw, ieder vanuit een eigen ontwerpopgave.
Beide projecten staan voor de opgave om op een plek die lange tijd werd gedomineerd door asfalt, infrastructuur en kantoren te verdichten en tegelijkertijd verblijfskwaliteit toe te voegen. Tegelijkertijd moeten de ontwerpen omgaan met stevige eisen rond duurzaamheid, geluid, parkeren en de aansluiting op de historische binnenstad. Hoe creëer je luwte en rust op een plek die wordt gedomineerd door spoor, verkeer en infrastructuur? Hoe ontwerp je gebouwen die flexibel blijven voor toekomstig gebruik? En hoe voeg je hoogte toe
Veroorzaken van twijfel
Voor de Jongh draait het ontwerp om ‘het veroorzaken van twijfel’ en toevoegen van onbestemde tussen de gebouwen. “Je wil dat mensen verdwalen in een plan, twijfelen over plekken. Of ze die wel of niet kunnen innemen. Gebouwen zijn uiteindelijk dienend aan de ruimte die ertussen ontstaat.”
In het ontwerp van de Lakenpoort zoekt Studio Nine Dots daarom naar collectieve ruimtes en luwte binnen de stedelijke drukte, bijvoorbeeld in de vorm van hofjes en gedeelde tuinen. Door wonen, werken en verblijven te mengen moet een plek ontstaan waar mensen elkaar vanzelf tegenkomen. “Het gaat erom dat mensen elkaar onderweg tegenkomen,” aldus De Jongh, “Bewoners lopen bijvoorbeeld vanuit de fietsenstalling via collectieve ruimtes naar de liften en woningen, waardoor ontmoeting onderdeel wordt van het dagelijks gebruik van het gebouw.”
Een nieuw monument voor Leiden
Ook Van der Neut legt de lat hoog. Volgens hem draait de opgave niet alleen om verdichting, maar ook om de vraag hoe een nieuw gebouw onderdeel wordt van de stad. “Uiteindelijk wil je een gebouw maken dat iets voor Leiden betekent, iets – een nieuw monument – toevoegt aan de stad.”
In het ontwerp van de Maretoren zoekt A-W-R nadrukkelijk aansluiting bij de historische stad. Van der Neut omschrijft het gebouw als ‘een eerbetoon aan de Lakenhal’. Ook sluit het ontwerp met nieuwe straatjes en doorsteken aan op de structuur van de oude binnenstad.
Tegelijkertijd ziet Van der Neut binnenstedelijke verdichting als een noodzakelijke keuze: “De woningbouwopgave moet binnen de stad worden opgelost. Anders blijven we pompen in Vinexwijken.”
Componeren van zichtlijnen
Juist in de discussie over hoogbouw werd duidelijk wat het betekent om als architect stadsbeeldbepaler te zijn. Van der Neut vertelde dat hij een extreme verantwoordelijkheid voelt bij het ontwerpen op zo’n zichtbare plek aan de rand van de historische binnenstad.
Aanvankelijk hadden de stadsbeeldbepalers grote twijfels over bouwen zo dicht bij het centrum. Kan dit wel, was hun reactie op de opgave. Juist daarom zien zij het als een enorme verantwoordelijkheid om zorgvuldig om te gaan met de uitstraling van het gebouw. Van der Neut: “Als je op zo een plek zoveel ruimte mag toevoegen, moet het ontwerp voor meer dan alleen die plek van waarde zijn”.
De Jongh benadrukt daarbij dat hoogbouw veel meer is dan alleen extra verdiepingen toevoegen. “Een toren eindigt niet zomaar bovenaan”, zegt hij. “Juist omdat je de gebouwen vanuit de hele stad ziet, verdienen de kroon en beëindiging veel aandacht”. Volgens hem vraagt hoogbouw in Leiden om zorgvuldig componeren op zichtlijnen vanuit de stad, waarbij overwegingen over de samenhang tussen gebouwen, schaduwwerking en de historische skyline voortdurend meewegen.
Ook vanuit het publiek kwamen vragen over de impact van de nieuwe gebouwen op het stadsbeeld. “Gaat de skyline van Leiden lijken op die van Rotterdam?”, vroeg een van de bezoekers zich af. Dat verwachten de architecten niet. Volgens hen wordt nadrukkelijker gekeken naar samenhang, materiaalgebruik en de relatie tussen gebouwen onderling.
Na het stadscafé waren er nog genoeg onderwerpen om onder het genot van een drankje over door te praten. “Het was een waardevolle avond waarbij ik veel waardering voelde voor waar we mee bezig zijn”, besluit Van der Neut deze avond.